Auteur: Ivo Cerckel
Date: 31-08-2011 02:34
Auteur: Albertine
Date: 21-08-2011 09:22
"Keep your temper" dit quelqu´un à Alice.
Ne pas exprimer son irritation peut être une tâche herculérienne parfois.
Et pourtant il faut le faire.
Même au prix de pratiquer une fausseté dégoûtante qui à long terme peut finir par écraser notre âme.
Parce que le masque remplace notre visage de facon permanante et nour remplie par un dégoût pour nous mêmes.
Evangile du 28 août 2011
Evangile de Jésus-Christ selon saint Matthieu 16,21-27.
Pierre avait dit à Jésus : « Tu es le Messie, le Fils du Dieu vivant. » À partir de ce moment, Jésus le Christ commença à montrer à ses disciples qu'il lui fallait partir pour Jérusalem, souffrir beaucoup de la part des anciens, des chefs des prêtres et des scribes, être tué, et le troisième jour ressusciter.
Pierre, le prenant à part, se mit à lui faire de vifs reproches : « Dieu t'en garde, Seigneur ! cela ne t'arrivera pas. »
Mais lui, se retournant, dit à Pierre : « Passe derrière moi, Satan, tu es un obstacle sur ma route ; tes pensées ne sont pas celles de Dieu, mais celles des hommes. »
Alors Jésus dit à ses disciples : « Si quelqu'un veut marcher derrière moi, qu'il renonce à lui-même, qu'il prenne sa croix et qu'il me suive.
Car celui qui veut sauver sa vie la perdra, mais qui perd sa vie à cause de moi la gardera.
Quel avantage en effet un homme aura-t-il à gagner le monde entier, s'il le paye de sa vie ? Et quelle somme pourra-t-il verser en échange de sa vie ?
Car le Fils de l'homme va venir avec ses anges dans la gloire de son Père ; alors il rendra à chacun selon sa conduite.
Selon le Révérend Père Marc Christiaens O.P., le fait que Jésus-Christ n’a, en insultant Pierre de Satan, pas « kept His temper » pourrait, selon une troisième possibilité ou troisième hypothèse, être dû au fait que Jésus-Christ se rappelait Matthieu 4:8-10.
Matthieu 4:8-10
Louis Segond (LSG)
Le diable le transporta encore sur une montagne très élevée, lui montra tous les royaumes du monde et leur gloire,
et lui dit: Je te donnerai toutes ces choses, si tu te prosternes et m'adores.
Jésus lui dit: Retire-toi, Satan! Car il est écrit: Tu adoreras le Seigneur, ton Dieu, et tu le serviras lui seul.
Si même Jésus-Christ peut exprimer son irritation, pourquoi moi je ne pourrais pas le faire ?
http://homilies.atspace.me/aaj22jaar.htm
Van steenrots tot struikelblok
"Vanaf toen begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en daar veel zou moeten lijden... en er ter dood gebracht zou worden (enz.)."
‘Vanaf toen’, waar slaat dat op? Op wat we vorige zondag te horen kregen en waarvan de lezing van vandaag het vervolg is. U weet nog wel: eerst vroeg Jezus aan zijn leerlingen wat er her en der zoal over Hem geroddeld werd, en dan: "En jullie, wie ben Ik volgens jullie?" ‘U bent de Messias’, riep Petrus. ‘Proficiat’, zei Jezus, ‘Jij bent een vent als een steenrots, daar kan Ik mijn Kerk op bouwen.’
Daarna dus zei Jezus dat zijn weg Hem naar Jeruzalem voerde, zijn dood tegemoet. En opnieuw Petrus: ‘Naar Jeruzalem? Geen sprake van! Dat is vragen om vermoord te worden! Jezus keerde zich om, keek hem aan met een staalharde blik, en snauwde: ‘Weg jij, satan! Jij wordt nog mijn struikelblok!’
Eerst 'proficiat' en nog geen twee minuten later uitgescholden: 'satan, duivel!'.
Ging Jezus hier zijn beleefdheidsboekje te buiten, of was Petrus' reactie werkelijk zo aanstootgevend? De tekst is op dit punt niet helemaal duidelijk. We weten bijvoorbeeld niet wat Petrus door het hoofd ging toen hij zo heftig protesteerde. Dat is dus gissen. Op het eerste gezicht zie ik twee mogelijkheden.
Eerste mogelijkheid:
Nadat Petrus, als woordvoerder van de apostelen, gezegd had: 'Jezus, voor ons bent U de Messias', begon Jezus hen uit te leggen dat Hij, Messias zijnde, veel zou moeten lijden. Vanaf toen is Hij dat beginnen uitleggen. Dat suggereert dat Jezus dat niet één keer maar misschien wel twintig keer heeft moeten uitleggen. M.a.w. dat in Jezus' visie 'Messias zijn' en 'lijden en sterven' onlosmakelijk verbonden waren, is maar heel langzaam tot de leerlingen doorgedrongen. Toen Jezus daar de eerste keer over begon, klonk hun dat volslagen onzinnig in de oren. Een Messias die moet lijden en sterven, stond haaks op het beeld dat zij zich van de komende Messias gevormd hadden. Als kinderen van hun tijd, als diepgelovige Joden, levend onder de Romeinse bezetting, keken ze reikhalzend uit naar de Messias, naar een Redder, naar iemand die de Romeinen zou verjagen, iemand die, door God tot koning gezalfd, ervoor zou zorgen dat Gods uitverkoren volk kon genieten van vrijheid en vrede, van welvaart en welzijn. En eens dat voor zijn volk gerealiseerd, zou die Messias zijn rechtvaardige heerschappij uitbreiden over de hele wereld zodat alle volkeren konden delen in dat universele geluk.
Naar zo'n Messias - een rechtvaardige, zegevierende, binnenwereldse vorst - kijkt het religieuze jodendom uit, van in de tijd van het Oude Testament tot op onze dagen. En met die visie waren dus ook de apostelen destijds opgegroeid. Het is dan ook begrijpelijk dat tegen die achtergrond Petrus - impulsief als hij is - uit zijn krammen schiet als Jezus zegt dat Hij naar Jeruzalem wil waar de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden Hem staan op te wachten om Hem ter dood te brengen. Van een dode Messias is immers weinig bevrijding en rechtvaardige wereldorde te verwachten.
Als we er dus van uitgaan dat, in onze tekst, Petrus het woord 'Messias' verstaat vanuit zijn klassieke joodse achtergrond, dan is zijn protest zo logisch als wat. De moeilijkheid is dat Jezus heel anders aankijkt tegen zijn messiasschap.
Is dat misverstand Petrus kwalijk te nemen? Ik denk het niet. Waarom reageert Jezus dan met ‘Weg jij, satan’?
Tweede mogelijkheid:
Ik wil niet helemaal uitsluiten dat Petrus zich vanaf de eerste keer wèl door Jezus liet overtuigen, en dat hij dus van bij het begin begrepen had dat Messias-zijn voor Jezus geen zaak was van macht en wereldheerschappij, maar een zaak van het hart.
Maar als Jezus zijn betoog besluit met: ‘Kom, jongens, nu trekken we naar Jeruzalem, waar ze me staan op te wachten om Mij te vermoorden’, dan kun je van Petrus toch niet verwachten dat hij zegt: ‘Mooi zo, Heer. Een momentje, even inpakken en dan weg wezen.’ De verhouding tussen die twee was zo amicaal en intiem dat het voor Petrus totaal onacceptabel was dat Jezus met open ogen zijn lijden en dood tegemoet ging.
In de veronderstelling dat Petrus toen reeds een juist beeld had van het messiasschap van Jezus, is het protest van Petrus zo menselijk als wat. Waarom reageert Jezus dan met ‘Weg jij, satan’?
Misschien moeten we nog een DERDE MOGELIJKHEID onder ogen zien.
Veronderstellen dat Jezus Petrus uitscheldt voor 'satan' omdat Hij geen begrip kon opbrengen voor zijn vriend die Hem in bescherming wilde nemen, strookt niet echt met de grootmenselijkheid van Jezus waarover alle Nieuwtestamentische getuigenissen het eens zijn.
Maar is het niet denkbaar dat het probleem niet bij Petrus maar bij Jezus lag? Namelijk dat Jezus aan zichzelf begon te twijfelen, juist omdàt Hij zich zo goed kon inleven in Petrus' reactie? Dat Hij zich begon af te vragen of Petrus het misschien toch bij het rechte eind zou kunnen hebben... of het toch niet verstandiger zou zijn Jeruzalem maar links te laten liggen...?
Anders gezegd: de menselijke overwegingen van zijn apostel brengen Jezus in de verleiding om zich af te keren van zijn messiaanse weg die loopt langs lijden en de dood. We horen hier dan een echo van de derde bekoring in de woestijn, toen Jezus zich op zijn openbaar leven voorbereidde De duivel bracht Jezus naar een hoge berg en toonde Hem alle koninkrijken der wereld. En hij zei: Allemaal voor U, als u mij aanbidt. En Jezus zei toen: ‘Weg jij, satan’ (Matteüs 4,8-10).
Als Jezus hier herhaalt: ‘Weg jij, satan’, dan richt Hij zich niet tot Petrus maar tot de verleider die Hem, via Petrus, tracht af te brengen van het messiaanse pad dat de Vader voor zijn Zoon had uitgetekend. Door het handige spel van de verleider werd voor Jezus 'Petrus de steenrots' bijna 'Petrus het struikelblok'.
Wel krijgt Petrus te horen dat hij zich niet moet laten leiden door menselijke overwegingen maar door wat God wil. Want voor hem, én voor Jezus, én voor ieder van ons, geldt dat, als perspectieven bedreigend zijn of als de vooruitzichten ons niet bevallen, de bekoring aanlokkelijk is om een zijweg in te slaan en elders zijn heil te gaan zoeken. ‘Ontvlucht je verantwoordelijkheid niet’, waarschuwt Jezus ‘Durf de werkelijkheid onder ogen zien. Want wie mij wil volgen, moet bereid zijn zijn kruis op te nemen. Wie zijn leven wil redden door een eventueel struikelblok te ontwijken, zal het verliezen.’ Je kunt beter die steen optillen en hem een eindje verder dragen tot waar hij kan gebruikt worden om er iets moois mee op te bouwen.
Marc Christiaens o.p. (Schilde)
Message modifié (31-08-2011 02:45)
|
|